donderdag 20 oktober 2011

Occupy


De occupy beweging die zich vanuit New York over de wereld verspreidt kan in de 'oude' media op veel scepsis rekenen. De beweging is met behulp van de nieuwe media georganiseerd en het duurde even voor de kranten en de televisie er aandacht aan gingen besteden. De beweging is nu van een omvang dat negeren geen optie meer is.
Eigenlijk zou je verwachten dat deze beweging vooral door de babyboomers met open armen zou worden ontvangen. Hoeveel klaagzangen hebben we in de afgelopen decennia niet gehoord over het gebrek aan engagement bij ongeveer alle generaties van na '68. Niets is echter minder waar. De zure commentaren overheersen. Pieter Smit noemt het in de Volkskrant slechts een weekendrevolutie. Zijn bezwaar is dat de demonstranten zelf onderdeel zijn van het systeem waartegen ze protesteren. Dat is natuurlijk een open deur. We zijn altijd onderdeel van het systeem, maar daarom mogen we nog wel onze stem verheffen. Het conflict huist ook in onszelf. Dat was overigens in '68 ook al het geval.
Veel critici roepen dat de beweging kansloos is omdat er geen leider, geen organisatie en geen programma is. Anderen zien achter de beweging juist weer een gevaarlijk complot. Rob Wijnberg vat al de kritieken waarmee je altijd gelijk hebt mooi samen.
Tegen al die critici die met afschuw of nostalgie terug denken aan eerdere revoluties zou ik willen zeggen 'welkom in de 21e eeuw'. Het verschil met revoluties van vroeger is niet alleen dat er geen leider en geen organisatie is. Er is ook geen gedeeld utopisch vergezicht. De nieuwe vorm van demonstreren is doortrokken van scepsis en twijfel, zoals Bas Heijne terecht opmerkt. Het gaat om ruimte om over alternatieven na te denken. Wat wel breed gedeeld wordt is de onvrede met de wereld die we hebben gecreëerd. Een wereld van schijnproducten, exorbitante bonussen en bestuurders die lak hebben aan het publieke belang. Ik verwacht op zich geen wonderen van groepen mensen die samenkomen om hun stem te laten horen. Ik denk wel dat de verontwaardiging serieus moet worden genomen.
Veel belangrijker is echter dat het werken aan alternatieven al lang begonnen is. Het engagement uit zich in de 21e eeuw niet in de eerste plaats door middel van demonstraties en spandoeken, maar vooral door het ontwikkelen van concrete alternatieven. Alternatieven die de vervreemding van grote bureaucratische systemen proberen te doorbreken en terugkeren naar de menselijke maat. Laat ik hier één voorbeeld noemen: Stichting Buurtzorg opgericht door Jos de Blok. Wie de moeite neemt om een beetje rond te kijken, ziet dat op heel veel plaatsen gewerkt wordt aan dit soort alternatieven. Geen groot utopisch verhaal, wel een krachtige beweging.

0 reacties:

Een reactie plaatsen