dinsdag 17 augustus 2010

Beroepseer voor managers

Manager zijn lijkt me in deze tijd een twijfelachtig genoegen. Weliswaar ben je in de meeste organisaties hoger ingeschaald dan de overige medewerkers en dat is prettig. Daar staat tegenover dat de manager lijdt onder een slecht imago. Hij ligt op z'n minst vanuit twee hoeken stevig onder vuur.
Onder professionals is mopperen op managers een belangrijk tijdverdrijf tijdens de pauzes en vaak ook daar tussendoor. Managers hebben geen verstand van het werk dat gedaan moet worden en met al hun plannen, targets, budgetten, procedures en protocollen veroorzaken ze alleen maar ellende. De tweede aanval komt vanuit de hoek van de literatuur over leiderschap. De manager fungeert in veel van die literatuur als de duistere achtergrond van waaruit het beeld van de leider glansrijk naar voren kan treden. De manager is vooral rationeel en past op de winkel; de leider is visionair en bestormt de hemel of verovert op z'n minst de wereld. Kortom, we hebben geen managers nodig maar leiders.
Ik zou het op deze plaats graag willen opnemen voor de manager door hier een paar stellingen tegenover te zetten.
1. Niet meer leiders alsjeblieft. Dat wil zeggen niet meer mensen die 'leider zijn' zien als hun primaire taak. Deze leiders maken visionaire plannen en proberen dan anderen mee te krijgen. Als die anderen dat om soms begrijpelijke redenen niet helemaal zien zitten, worden ze narrig en wordt het ene visionaire plan door het volgende ingehaald. Dit soort leiders heeft volgers nodig en daar wringt de schoen. Leiderschap kunnen we best gebruiken, maar dat is niet voorbehouden aan een bepaalde kaste in de organisaties.
2. Het probleem is niet de manager maar slecht management. Professionals worden horendol van cijferfetisjisme, doorgeslagen regelzucht en geïnstitutionaliseerd wantrouwen. Het is echter een misverstand dit als de kern van management te zien. Je kunt managers hooguit verwijten dat ze zich teveel mee hebben laten slepen door modellen en instrumenten en daardoor vervreemd zijn geraakt van de concrete werkelijkheid.
3. De manager moet geen mensen sturen maar dingen regelen. Als een organisatie zich volgens een netjes uitgestippelde marsroute ontwikkelt heeft het sturen van mensen enige zin, ook al blijft het altijd een weerbarstige opgave. In de meeste organisaties bestaat zo'n uitgestippelde route niet. De weg moet gaandeweg worden ontdekt en de professionals kunnen dat uitstekend zelf. Dat betekent absoluut niet dat de manager overbodig is. Hij moet de juiste condities creëren waardoor de professional zijn werk goed kan doen. Hij moet zorgen dat het systeem eenvoudig en goed functioneert en een open oog hebben voor de dreiging van perverse effecten.
Dit maakt van de manager niet de nobele held die de toekomst van de organisatie bepaalt. De professionals zullen daar echter niet rouwig om zijn en hem alle waardering geven die hem toekomt.

0 reacties:

Een reactie plaatsen